Schouderhulp Traningsapparaat rughulp

Aandoeningen

Knie

knieHet kniegewricht wordt gevormd door vier botdelen: het bovenbeen (femur), het scheenbeen (tibia), de knieschijf (patella) en het kuitbeen (fibula). In de knie bevinden zich twee halvemaanvormige schijven die tussen het bovenbeen en het onderbeen in liggen, de menisci. Daarnaast bevat het kniegewricht vier banden (ligamenten): de kruisbanden (voorste en achterste) en de collaterale banden (mediale en laterale).

Veel voorkomende klachten:

Meniscusletsel

De meniscus kunnen beschadigen door acuut letsel of door veroudering en slijtage (degeneratief). De menisci zorgen voor drukverdeling in het kniegewricht, ze zorgen voor schokdemping en ze hebben een proprioceptieve functie (proprioceptie = in staat zijn het lichaam informatie over de stand van een gewricht door te geven). Bij een acuut meniscusletsel ontstaat er een scheur welke verschillende vormen kan aannemen en pijn veroorzaakt. Bij een degeneratief meniscusletsel treedt er slijtage op. Door veroudering en mogelijk langdurige overbelasting gaat de meniscus in kwaliteit achteruit. De meniscus wordt kwetsbaar, kan scheuren en veroorzaakt pijn wanneer deze wordt belast. Symptomen: slotklachten, pijnklachten (voornamelijk bij traplopen, hurken en belaste draaibewegingen van de knie). Wanneer: bij een verdraaiing van de gebogen knie terwijl de voet op de grond staat (acuut).

Meniscusletsel

Kruisbandletsel

De kruisbanden verbinden beiden het bovenbeen met het onderbeen en spelen een belangrijke rol bij het bewaren van de stabiliteit in het kniegewricht. De voorste kruisband voorkomt dat het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen te ver naar voren toe verschuift en beperkt te grote draaibewegingen in de knie. De achterste kruisband voorkomt dat het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen te ver naar achteren toe verschuift en voorkomt dat de knie kan overstrekken. Wanneer er letsel optreedt van de kruiband(en) worden bovenstaande bewegingen niet meer goed opgevangen waardoor de knie instabiel wordt. Alleen onder forse krachten komt het voor dat de voorste- en/of de achterste kruisband scheurt. Symptomen: ploppend of knakkend geluid/gevoel in de knie, zwelling, pijn, instabiel gevoel. Wanneer: bij het overstrekken van de knie kan de achterste kruisband (in)scheuren en bij sporten waarbij de knie gemakkelijk kan verdraaien (voetbal, basketbal, handbal, korfbal en skiën) kan de voorste kruisband (in)scheuren.

Kruisbandletsel

Letsel van de collaterale banden

De collaterale banden bevinden zich aan de binnen- en buitenkant van de knie. De belangrijkste functie van de binnenste band is het voorkomen van een overdreven X-stand in het kniegewricht. De belangrijkste functie van de buitenste band is het voorkomen van een overdreven O-stand in het kniegewricht. Als de collaterale band(en) te ver op rek komt, dan kan deze geheel of gedeeltelijk scheuren. Symptomen: pijn aan de binnenzijde/buitenzijde van de knie, instabiliteit, zwelling, stijfheid. Wanneer: bij een blocktackle, sporten als voetbal, rugby en vechtsport.

Collaterale banden

Artrose (slijtage)

Gewrichtsvlakken van botten zijn bekleed met een dun laagje kraakbeen. Dit heeft een schok dempende werking en zorgt voor een optimale glijbaarheid van de afzonderlijke botdelen in het gewricht. Bij artrose gaat het kraakbeen in kwaliteit achteruit. Dit zorgt ervoor dat het gewricht minder soepel loopt en de schokken minder goed opgevangen worden. Doordat het kraakbeen weg is, kan er bot-op-bot contact ontstaan in het gewricht. Dit is pijnlijk en maakt het gewricht minder beweeglijk. Symptomen: pijn en stijfheid van het kniegewricht (met name start- of ochtendstijfheid). Wanneer: artrose komt voornamelijk voor bij mensen boven de 50 jaar.

Knie Artrose

Jumper’s knee (springersknie)

Bij een jumper’s knee is de pees bij de aanhechting op de knieschijf aangedaan. De kniepees loopt vanaf de onderkant van de knieschijf naar de voorkant van het bovenste deel van het scheenbeen (tuberositas tibiae). De pees kan ontstoken zijn (tendinitis) of in kwaliteit en structuur verslechterd (tendinose). Symptomen: pijnklachten op de aanhechting van de kniepees, soms is een lokale zwelling zichtbaar. Wanneer: sporten waarbij (explosief) springen een belangrijk onderdeel is, bijvoorbeeld bij volleybal en basketbal.

Jumpers knee

Osgood schlatter

De aanhechting van de kniepees op het onderbeen is geïrriteerd en ontstoken. Dit veroorzaakt pijn op de aanhechting van de kniepees op de tuberositas tibiae. Dit is de harde knobbel die zich direct onder de knie aan de voorzijde bevindt. Vaak vormt zich op den duur (na enige maanden) op die plaats wat meer botweefsel dan normaal. De pijnklachten kunnen zowel plotseling als geleidelijk ontstaan en zijn vaak wisselend aanwezig. De pijn wordt veroorzaakt door voortdurende trek van de kniepees aan het tuberositas tibiae. Wanneer: vooral bij jongens tussen de 10 en 16 jaar wanneer ze in de groeispurt zijn en aan sport doen. Bij meisjes komt het iets minder vaak voor, dan echter rond de leeftijd van 8 tot 12 jaar.

Osgood schlatter

Patello-femoraal pijnsyndroom

De knieschijf is aan de achterkant puntig gevormd. Hiermee past hij in de groeve die het bovenbeen vormt. In de groeve kan de knieschijf op en neer bewegen tijdens kniebewegingen. Wanneer de knieschijf niet meer goed in de groeve beweegt en dit klachten veroorzaakt, spreken we van een patello-femoraal pijnsyndroom. De pijn is afkomstig van een irritatie van de kapsels en banden rondom de knieschijf. Ook de drukverhoging kan pijn veroorzaken omdat de zenuwstructuren in het bot onder het gewricht pijnsignalen afgeven. Wanneer: het “niet goed sporen” van de knieschijf kan een hoop verschillende oorzaken hebben, zoals; verstoorde werking of krachtverlies van de spieren rondom de knieschijf, vorm en stand van de knieschijf en/of groeve.

Patello femoraal

Runner’s knee (lopersknie)

Aan de buitenzijde van het bovenbeen loopt een peesplaat vanaf het bekken tot aan de knie. Tijdens het strekken en buigen van de knie beweegt de peesplaat over een uitstekend botpunt aan de buitenkant van de knie. Dit botpunt noemen we het laterale epicondyl van het bovenbeen. Tussen de peesplaat en het botpunt zit een soort van glad vetweefsel dat ervoor zorgt dat tussen de langs elkaar wrijvende delen niet teveel frictie (wrijving) ontstaat. Wanneer dit wel gebeurt, kan het vetweefsel gaan irriteren. De irritatie kan doordringen tot in het botweefsel. Symptomen: de klachten ontstaan geleidelijk, de pijn wordt tijdens of direct na de activiteit aan de buitenkant van de knie gevoeld. Wanneer: door lange afstand hardlopen of bergwandelingen (met name bij afdalen).

Runners knee